Een AI-coding-agent hoeft niet één keer te antwoorden en te stoppen — je kunt 'm een werkcyclus laten herhalen tot een stop-conditie. Dat heet een loop. Er zijn vier soorten, en de kunst is telkens te kiezen wélk stukje je aan de agent overdraagt: de check, de stop-conditie, de trigger, of de hele prompt.
Niet elke taak heeft een ingewikkelde loop nodig — begin met de simpelste vorm. Deze gids legt de vier typen uit, laat ze bewegen, en helpt je met een kiezer het juiste patroon te vinden. Gedestilleerd uit de Claude Code-uitleg over loops.
Elke turn is eigenlijk al een mini-loop: de agent verzamelt context, handelt, checkt eigen werk, en herhaalt tot het klaar is. De vier soorten loop verschillen op twee vragen.
Hoe verder je naar “vanzelf getriggerd” en “stopt op een criterium” schuift, hoe meer oordeel je aan de agent overdraagt — en hoe scherper je de grenzen moet zetten. Daarover gaat de rest.
Tik een type aan en speel één ronde af. Zie de cyclus lopen — en let op waar de stop-check zit, want dáár verschillen ze.
Drie vragen over jóuw taak. De aanbeveling schuift live mee — inclusief welk Claude Code-primitive je pakt.
De kiezer leidt je naar één van de vier patronen op basis van trigger, stop-conditie en taaktype.
Dit is de rode draad. Elke stap hoger draag je één stuk méér oordeel over aan de agent. Kies je in de kiezer een loop, dan licht 'm hier op.
De vuistregel om te beginnen: kijk naar werk waar jíj de bottleneck bent, en vraag welk stukje je kunt overdragen. Kun je de verificatie-check schrijven? Is het doel helder genoeg? Arriveert het werk op een schema? Draai de loop, kijk waar 'ie stalt of over-reikt, en itereer.
Een loop zonder grenzen brandt tokens (en compute). Zet de knoppen aan die op jóuw loop van toepassing zijn — de risico-meter en het tegengif bewegen mee.
De output van een loop is zo goed als het systeem eromheen. Vijf hefbomen — de eerste twee doen het meeste werk.
De agent volgt bestaande patronen en conventies. Rommel in → rommel uit, op schaal.
Encodeer “wat goed is” als een SKILL.md. Hoe kwantitatiever de check (tests, een score, console-nul-errors), hoe minder de agent hoeft te gokken of het klaar is.
Framework- en library-docs binnen handbereik houden de best practices actueel.
Een reviewer met verse context is minder biased dan de agent die het schreef. Denk aan een ingebouwde /code-review.
Haalt een resultaat de lat niet? Repareer niet alleen dít geval — leg de les vast in het systeem, zodat elke toekomstige iteratie beter wordt.
Welke loop, wat draag je over, wanneer — en waar je naar reikt.
| Loop | Je draagt over | Gebruik als | Reik naar |
|---|---|---|---|
| Turn-based | De check | Je verkent of beslist | Custom verificatie-skills |
| Goal-based | De stop-conditie | Je weet hoe “done” eruitziet | /goal |
| Time-based | De trigger | Werk gebeurt buiten je project, op een schema | /loop, /schedule |
| Proactive | De prompt | Werk is terugkerend en goed-gedefinieerd | Alles hierboven + dynamic workflows |
Meer over de agent zélf die in deze loops draait? Zie Hoe een AI-agent echt werkt en Coding-agents orchestreren.
Educatieve oriëntatie over automatiseringspatronen met AI-coding-agents, gedestilleerd uit een publieke uitleg. Primitives (/goal, /loop, /schedule, dynamic workflows) en hun exacte namen kunnen per tool en versie verschillen — dit gaat over de patronen, niet over één specifieke knop. Geen advies over kosten of tooling-keuze. 100% client-side, geen account, niets verlaat je toestel.