Artikel 1a van de Uitvoeringsregeling AWR 1994 begint met vier woorden die vaak worden overgeslagen: indien en zolang. Een ANBI-status is geen bezit maar een toestand, en één van de voorwaarden is dat een vaste set gegevens op internet staat. Deze pagina bepaalt welk regime voor jouw instelling geldt, welke rubrieken er moeten staan en wanneer de klok afloopt.
1. Welk regime geldt voor jou?
Elke ANBI publiceert dezelfde acht rubrieken. Wat de omvang bepaalt is niet wat je publiceert maar in welke vorm: vrij vormgegeven op je eigen pagina, of op een standaardformulier van de Belastingdienst.
Bepaalt welk van de zeven standaardformulieren van toepassing is, en of er uitzonderingen gelden.
Wierf de instelling in dit boekjaar actief geld of goederen onder derden?Actief werven is: donateurs benaderen, sponsors zoeken, collecteren, een doneerknop of QR-code aanbieden, aanvragen indienen bij fondsen. Alleen rente op eigen vermogen ontvangen is het niet.
Alle inkomsten samen, dus ook subsidie, verhuur, contributie en giften.
€
Alle uitgaven samen, inclusief bestedingen aan de doelstelling.
€
Totale baten
Totale lasten
De twee drempels meten niet hetzelfde
Dit is de val waar de meeste besturen in stappen. Lid 8 kent twee ingangen, en ze gaan over verschillende grootheden: bij wie wel actief werft telt de batenkant vanaf € 50.000, bij wie niet werft de lastenkant vanaf € 100.000. Een stichting met € 60.000 aan baten en € 40.000 aan lasten valt dus wél of niet onder de formulierplicht, afhankelijk van één ja-of-nee-vraag die nergens in de cijfers staat.
Precies op de grens lopen de bronnen uiteen
De regeling schrijft in lid 8 twee keer "ten minste": ten minste € 100.000 aan lasten, ten minste € 50.000 aan baten. De voorlichtingspagina van de Belastingdienst zegt op beide plekken "meer bedragen dan". Bij een bedrag van exact € 50.000 spreken die twee elkaar dus tegen. Deze toets volgt de regeling, want dat is de tekst waarop een inspecteur toetst. Praktisch is de uitweg simpeler dan het juridische verschil: het standaardformulier mag ook vrijwillig, dus wie op de grens zit vult het gewoon in en heeft er geen last meer van.
2. De acht rubrieken
Lid 7 somt op wat er ten minste online moet staan. De lijst hieronder past zich aan op het instellingstype dat je hierboven koos; wat vervalt blijft grijs staan zodat je ziet waarom.
3. De klok
Lid 9 zet één termijn in de regeling, en die geldt alleen voor de financiële gegevens uit onderdeel h: die worden telkens binnen zes maanden na afloop van het boekjaar openbaar gemaakt. Voor de andere zeven rubrieken staat er geen termijn — die horen simpelweg actueel te zijn, wat in de praktijk strenger is dan een deadline.
Bij een kalenderjaar is dat 31 december.
Uiterste publicatiedatumvoor balans en staat van baten en lasten
Stand vandaag
4. Wat er op het spel staat
De publicatieplicht staat niet los in de regeling: hij is onderdeel j van de voorwaardenlijst in lid 1. Voldoe je er niet aan, dan voldoe je niet aan de voorwaarden, en de Belastingdienst schrijft daarover dat dit kan betekenen dat de instelling niet meer als ANBI wordt aangewezen. Zo'n intrekking kan terugwerkende kracht hebben.
Wie
Wat het raakt
De instelling
Vrijstelling van schenk- en erfbelasting vervalt, en daarmee de fiscale ruimte onder nalatenschappen en grote giften. Bij verlies van de status met meer dan € 25.000 aan ANBI-vermogen komt er een jaarlijkse opgaafplicht van schenkingen en vermogensmutaties bij.
De donateur
Minder erg dan vaak gedacht. Een gever mag afgaan op het ANBI-register: zolang de instelling daarin staat blijft de gift aftrekbaar, ook na verlies van de status, tenzij de gever niet te goeder trouw was.
Het bestuur
Fondsen en vermogensfondsen controleren de ANBI-pagina vóór ze een aanvraag in behandeling nemen. Een ontbrekend activiteitenverslag of een KvK-nummer dat niet klopt met het handelsregister is dan het eerste wat opvalt.
5. Acht misvattingen
"Onder de € 50.000 hoeven wij niets te publiceren."De drempel bepaalt alleen de vórm. De acht rubrieken van lid 7 gelden voor elke ANBI, ook voor een stichting met duizend euro omzet. Klein zijn levert vormvrijheid op, geen vrijstelling.
"De drempel gaat over onze omzet."Er is geen omzetdrempel. Wie actief werft wordt op baten afgerekend vanaf € 50.000, wie dat niet doet op lasten vanaf € 100.000. Twee grootheden, twee bedragen, en de keuze ertussen hangt aan de werfvraag.
"Onze jaarrekening staat online, dus we voldoen."De financiën zijn onderdeel h van acht. Het onderdeel dat het vaakst ontbreekt is g, het actuele verslag van de uitgeoefende activiteiten — een aparte rubriek die veel besturen nooit hebben geschreven omdat het bestuursverslag bij de jaarrekening als hetzelfde wordt gezien.
"Die zes maanden gelden voor de hele pagina."Lid 9 bindt uitsluitend de financiële gegevens uit onderdeel h aan die termijn. Doelstelling, beleidsplan, bestuur en activiteitenverslag kennen geen datum in de regeling, maar moeten wel actueel zijn. Een beleidsplan dat vorig jaar afliep voldoet niet aan onderdeel f, ook al is er geen deadline overschreden.
"Het RSIN is het nummer dat we moeten publiceren."De regeling verwijst in lid 7 onderdeel b naar artikel 12 onderdeel a van de Handelsregisterwet 2007, en dat is het door de Kamer toegekende unieke nummer: het KvK-nummer. De voorlichtingspagina van de Belastingdienst vraagt om het RSIN. Publiceer ze allebei, en laat het KvK-nummer aflezen van het uittreksel in plaats van het over te nemen uit een ouder document.
"Bestuursnamen laten we weg vanwege privacy."Onderdeel f eist de namen. Er zijn twee uitzonderingen: kerkgenootschappen met hun zelfstandige onderdelen, en bestuurders waarvoor de inspecteur op verzoek ontheffing verleent omdat publicatie een reëel gevaar oplevert voor hun persoonlijke veiligheid of die van hun familie. Ongemak is geen grond.
"Het moet op onze eigen website staan."Lid 1 onderdeel j zegt "via internet". Een gedeelde internetsite van een koepel of brancheorganisatie volstaat, wat voor kleine stichtingen zonder eigen site de goedkoopste route is. Let er wel op dat de pagina blijft bestaan als het domein verandert: een ANBI-publicatie die met een oude site verdwijnt is geen publicatie meer.
"Wij zijn een vermogensfonds, dus de balans hoeft niet."Die uitzondering geldt voor zuivere vermogensfondsen: instellingen die niet actief geld of goederen werven onder derden en het vermogen of de opbrengsten daarvan uitsluitend of nagenoeg uitsluitend aan de doelstelling besteden. Zodra er wel geworven wordt is dat niet meer zo, en komt de balansplicht terug — plus de drempel van € 50.000 in plaats van die van € 100.000.
Bronnen
ZekerUitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994, artikel 1a — lid 1 onderdeel j (de plicht), lid 7 (de acht rubrieken en de uitzonderingen voor vermogensfondsen en kerkgenootschappen), lid 8 (de twee drempels), lid 9 (de zesmaandstermijn). Volledige tekst opgehaald op 6 september 2026.
WaarschijnlijkKennisgroepstandpunt KG:206:2023:4 — de giftenaftrek van een donateur te goeder trouw blijft in stand zolang de instelling in het register staat. Een standpunt van de Belastingdienst zelf, geen rechterlijke uitspraak.
Deze pagina rekent met de tekst van de regeling zoals die op 6 september 2026 gold en is geen fiscaal advies. Bedragen en drempels staan in de regeling en kunnen bij wijziging verschuiven; de toets rekent niet met een boekjaar dat afwijkt van twaalf maanden. Bij twijfel over de werfvraag of over een grensgeval: leg het voor aan het ANBI-team van de Belastingdienst of aan een fiscalist, want die ene ja-of-nee-vraag verschuift de drempel met € 50.000.