Het domein staat bij iemand anders
De site is af. Nu moet hij op een adres komen dat al bestaat, waar al mail op binnenkomt, en waarvan iemand anders het wachtwoord heeft. Eén verkeerd gezette knop en je hebt niet de site stukgemaakt maar de mail.
De koppeling
Welke records moet ik zetten?
Vier vragen. De uitkomst zegt of je bij het huidige DNS-beheer kunt blijven, of dat je de nameservers moet verhuizen — en dat laatste is de stap waar de mail sneuvelt.
Waarom kan een CNAME niet op het kale domein?
Omdat de DNS-standaard het verbiedt. RFC 1034 zegt dat er naast een CNAME op een naam geen andere gegevens mogen staan, en op de top van een zone staan altijd al een SOA-record en de NS-records van de nameservers. Een CNAME daarnaast is dus per definitie ongeldig. RFC 2181 herhaalt dat nog eens expliciet.
Daarom bieden veel DNS-diensten een eigen truc aan: een ALIAS- of ANAME-record, of CNAME-flattening. Dat is geen echt DNS-recordtype maar een kunstgreep van die ene dienst — hij zoekt het doel voor je op en antwoordt met het IP-adres alsof er een A-record stond. Dat werkt alleen als jouw DNS-dienst het aanbiedt, en het is precies de reden dat de ene host wél en de andere níet op het kale domein kan zonder verhuizing.
De mail
Wat er mee moet als je de nameservers verhuist
Een nameserver-wissel is geen wijziging maar een vervanging. Je nieuwe DNS-dienst begint met een lege zone, en alles wat je niet overneemt bestaat vanaf dat moment niet meer. De meeste diensten scannen bij het toevoegen automatisch mee, maar ze vinden alleen wat ze kunnen raden: een DKIM-selector die ze niet kennen vinden ze niet.
Vraag daarom bij je huidige DNS-beheerder om een zone-export in plaats van naar het paneel te kijken. En vink hieronder af.
Een kapotte site zie je binnen een minuut, want je kijkt ernaar. Kapotte mail merk je niet: jouw eigen post blijft gewoon werken zolang je client nog is ingelogd, en wat er misgaat is dat post van buiten nergens meer heen kan. De eerste die het merkt is iemand die je mailde en een bounce terugkreeg — en die belt niet meteen. Reken op dagen.
Daarom staat hierboven bij elk record wat de gebruiker merkt, en niet wat er technisch stukgaat.
De omschakeling
Hoe lang duurt het, en hoe kort kan het?
Een DNS-antwoord blijft in de caches van de wereld staan zolang de TTL zegt. Verlaag je die vóór de omschakeling, dan verkort je het venster waarin bezoekers nog de oude site zien — maar die verlaging heeft zelf ook de oude TTL nodig om overal aan te komen.
Het doet niets
Vier vragen, in deze volgorde
Het adres laadt niet, of het laadt het verkeerde. De verleiding is om te wachten en het op propagatie te gooien. Doe dat pas als vraag 1 tot en met 4 een antwoord hebben, want drie van de vier oorzaken hieronder gaan vanzelf nooit over.
-
Staat het record er werkelijk, bij de nameserver die erover gaat?
Niet kijken in het paneel maar het antwoord opvragen bij de gezaghebbende nameserver zelf. Dat sluit elke cache-verklaring uit.
dig +short NS jouwdomein.nl dig +short @<die-nameserver> www.jouwdomein.nl CNAME
Krijg je niets terug, dan is het record er niet — hoe stellig degene die het gezet heeft ook is. Het beslissende bewijsstuk is het serienummer van de zone: dat hoort bij elke publicatie op te lopen.
dig +short SOA jouwdomein.nl
Staat daar een datum van vóór de wijziging, dan is er niets gepubliceerd. Dat is geen verwijt: sommige beheerpanelen bewaren een wijziging pas bij een aparte publiceer- of activeer-stap, en tot die klik is er in de zone niets gebeurd. Met dit serienummer in de hand is dat gesprek een feit in plaats van een welles-nietes.
-
Weet de host van dit domein af?
De koppeling heeft twee kanten en ze moeten allebei staan. Wijst je DNS naar de host terwijl het domein daar niet is toegevoegd, dan krijg je een foutpagina van de host zelf — bij Cloudflare Pages een 522. Dat leest als een DNS-probleem terwijl de DNS juist klopt.
Andersom is de stillere variant: het domein staat wél bij de host, maar wacht op een DNS-record dat nooit komt. Zo'n wachtstand blijft niet eeuwig hangen — na weken ruimt de host hem op, en dan doet het correcte record dat later alsnog wordt gezet nog steeds niets. Zit je in een wachtstand die lang duurt, controleer dan altijd beide kanten voordat je concludeert dat de ander iets fout doet.
-
Is dit een certificaatfout of een DNS-fout?
Een waarschuwing over een onveilige verbinding betekent dat de DNS klopt: je bent aangekomen. Het certificaat voor een nieuw gekoppeld domein wordt pas aangevraagd nádat de host het record ziet, en dat duurt daarna nog even.
Zit het domein achter een proxy die je zelf aan of uit kunt zetten, kijk dan of hij aan staat. Een record dat rechtstreeks doorwijst in plaats van via de proxy geeft een certificaatfout die precies zo oogt.
-
Zit je vast in een negatieve cache?
Deze verklaart de gevallen waarin je het record aantoonbaar goed hebt gezet en het toch niet werkt. Een resolver onthoudt niet alleen antwoorden maar ook het ontbreken ervan. Heb je het adres opgevraagd vóórdat het record bestond, dan staat er «bestaat niet» in de cache, en dat blijft daar staan.
Hoe lang, bepaalt de zone zelf: het minimum uit het SOA-record. RFC 2308 zegt dat één tot drie uur goed werkt als standaard en dat waarden boven een dag problematisch blijken. Vergelijk daarom altijd een publieke resolver met de gezaghebbende nameserver:
dig +short @1.1.1.1 www.jouwdomein.nl dig +short @<gezaghebbende-ns> www.jouwdomein.nl
Verschillen ze, dan is er niets stuk en hoef je alleen te wachten. Zijn ze gelijk en allebei leeg, dan ligt het probleem bij vraag 1.
Het eigenaarschap
Drie knoppen die steeds door elkaar worden gehaald
Bij elk account — de registrar, de DNS, de hosting, de mail — zijn dit drie losse instellingen. Ze worden meestal als één ding behandeld, en dat is precies waar sites zoekraken.
Hangt dit nog aan jou?
Vijf vragen. De toets die eronder ligt is simpel: kan iemand anders dit overnemen zonder jou te bellen?
Misvattingen
Zes dingen die vaker niet dan wel kloppen
www en elk ander subdomein volstaat één CNAME in het bestaande paneel. Verhuizen is alleen nodig als je host het kale domein niet anders aankan, en zelfs dan is er een uitweg: laat het kale domein doorsturen naar www. Dat is bij de meeste registrars een instelling van één regel en het raakt de mail niet.
Bronnen. CNAME-beperking: RFC 1034 §3.6.2 en RFC 2181 §10.1. Negatieve caching en het SOA-minimum: RFC 2308 §5. Recordwaarden per host: de eigen documentatie van Cloudflare Pages, Netlify, Vercel en GitHub Pages, geraadpleegd 8 september 2026. Google Workspace adviseert sinds 2023 één MX-record naar smtp.google.com met prioriteit 1; oudere domeinen hebben de vijf records die met aspmx beginnen, en die blijven werken.
De IP-adressen en CNAME-doelen op deze pagina zijn een hulpmiddel om te herkennen wát je zoekt, geen vervanging van het dashboard van je eigen host. Verandert er iets, dan verandert het daar het eerst.