Iedereen gaat slechter horen met de jaren. De vraag die daaronder ligt is een andere: is dít verlies wat je op deze leeftijd mag verwachten, of is het meer dan dat? ISO 7029 beantwoordt precies die vraag — het geeft per frequentie, leeftijd en geslacht de mediane gehoordrempel van otologisch normale mensen, plus de spreiding eromheen.
Rekenmodel: ISO 7029:2017, formules 1 tot en met 5. Alles rekent in uw browser; er wordt niets verstuurd of opgeslagen buiten dit toestel.
Drempels in dB HL, zoals ze op een toonaudiogram staan. Hoger is slechter.
De voorbeelden zijn schoolboekvormen, geen echte metingen. Ze staan er om te laten zien hoe de norm reageert op verschillende vormen van verlies.
Ligt een punt binnen de paarse band, dan valt het binnen wat bij deze leeftijd en dit geslacht normaal heet. Eronder is beter dan de mediaan, erboven is meer verlies dan bij 95 van de 100 leeftijdsgenoten.
De Fletcher-index (het gemiddelde over 0,5, 1 en 2 kHz) is de maat die de meeste audiologen als eerste noemen, omdat daar het grootste deel van de spraakenergie zit. De hoge-tonenindex (1, 2 en 4 kHz) vangt de medeklinkers, en die bepaalt vooral hoe goed je iemand verstaat in rumoer.
ISO 7029 geeft geen verdeling voor een gemiddelde over meerdere frequenties. De band die hier staat is het gemiddelde van de drie afzonderlijke banden, en is daarmee iets te ruim: de drie frequenties hangen sterk samen, dus in werkelijkheid ligt de spreiding van het gemiddelde smaller. Lees hem als een bovengrens, niet als een exacte grens.
| Frequentie | Gemeten | Mediaan | Overmaat | Hoort beter | Hoorleeftijd |
|---|
Overmaat is het verschil tussen uw drempel en de mediaan voor uw leeftijd en geslacht. Hoort beter is het percentage otologisch normale leeftijdsgenoten met een lagere drempel dan de uwe. Hoorleeftijd is de leeftijd waarop uw drempel precies de mediaan zou zijn.
ISO 7029 rekent de staarten van de verdeling alleen betrouwbaar tussen 5% en 95%; daarbuiten staat er «> 95%» of «< 5%». De hoorleeftijd is gedefinieerd tussen 18 en 80 jaar.
De mediaan groeit als α · (leeftijd − 18)β: geen rechte lijn, maar een curve die pas na het veertigste jaar echt begint te lopen. Bij de hoge tonen lopen mannen en vrouwen ver uit elkaar; bij de lage tonen kruisen ze elkaar juist, en zijn vrouwen op middelbare leeftijd gemiddeld iets slechter.
De norm beschrijft otologisch normale mensen: geen oorziekte, geen oorsmeerprop, geen noemenswaardige lawaaibelasting, geen ototoxische middelen, en geen slechthorendheid in de familie. Dat is een geselecteerde groep. De doorsnee bevolking van dezelfde leeftijd hoort slechter dan deze curve, want daar zitten al die uitgesloten oorzaken wel in. Binnen de band vallen zegt dus «dit is puur veroudering»; erboven vallen zegt niet automatisch dat er iets mis is, maar wel dat veroudering alleen het niet verklaart.
ISO 7029:2017 (derde editie, «Acoustics — Statistical distribution of hearing thresholds related to age and gender») vervangt de editie uit 2000; het leeftijdsbereik ging van 70 naar 80 jaar en de coëfficiënten zijn opnieuw geschat. De coëfficiënten van de spreidingspolynomen zijn kleinste-kwadratenfits en golven bij de lage frequenties ongeveer een decibel op en neer; de norm schrijft zelf voor om de uitkomst op hele decibellen af te ronden. De standaard zelf is auteursrechtelijk beschermd en te koop bij ISO en NEN — hier staat alleen wat ermee uitgerekend wordt.