Het lab dat de eerste cochleaire gentherapie deed, antwoordde binnen zeven uur
Anderhalf jaar zoek ik één ding: een lab dat de mechanisme-gate functioneel meet — maakt mijn kapotte MYO6-kopie niets (haploinsufficiëntie: geef een werkende kopie bij) of een kapot, mogelijk giftig eiwit (dominant-negatief: corrigeer de bron)? De in-silico kant is dichtgerekend en het construct ligt sinds 4 juli bestelklaar, maar een berekening is geen meting; er moest een lab komen. Op 12 juli stuurde ik de mail die sinds mei klaarlag naar prof. Yilai Shu (Fudan, Shanghai) — de groep die wereldwijd voorop loopt in MYO6-editing en co-lead was op de OTOF-gentherapie die vorig jaar bij 42 kinderen het gehoor herstelde. Binnen ongeveer zes en een half uur kwam het antwoord: een onderzoeker uit zijn team neemt contact op.
Waarom dit de belangrijkste stap tot nu toe is: dit is niet zomaar een lab, het is het lab. Shu heeft de MYO6-muismodellen, de vectoren, een lopende dual-AAV-trial in mensen — en kan als een van de weinigen ter wereld beoordelen of de base-editing-route (Route 2) realistisch is. Ik had het ingeschat als een long shot: een patiënt die een hoogleraar aan de andere kant van de wereld koud aanschrijft. Die inschatting was fout. Wat het verschil maakte, denk ik, is dat de mail geen gunst vroeg maar iets meebracht: een uitgewerkte base-editing-route, drie scherpe vragen, en een bestelklaar construct — kloneer twee fragmenten, draai één RT-PCR. De vraag was klein genoeg om ja op te zeggen.
Eerlijk over wat dit nog níét is: een toezegging. "Mijn teamlid neemt contact op" is een geopende deur, geen experiment. Er is nog geen plan, geen tijdlijn, geen ja op de assay. Dezelfde dag ging er ook een mail naar het Hubrecht (Utrecht) — maar die follow-up hou ik nu bewust aan tot duidelijk is wat Fudan wil, want drie labs die zonder het van elkaar te weten dezelfde minigene bouwen helpt niemand. De volgende stap is niet nóg een kanaal openen; het is dit kanaal goed bedienen.
Recente ontwikkelingen
De afgelopen weken in mijn onderzoek en in de bredere gehoor-gentherapie wereld.
Fudan antwoordt: het MYO6-lab neemt contact op
De mail aan prof. Yilai Shu lag sinds mei klaar en is op 12 juli verstuurd — met de heropende mechanisme-gate als aanleiding, de base-editing-route uitgewerkt, en het bestelklare construct als bijlage. Antwoord binnen ongeveer zes en een half uur: een onderzoeker uit zijn team neemt contact op. Daarmee is Fudan in één klap het warmste en beste-passende kanaal — MYO6-expertise, muismodellen, vectoren, en een lopende dual-AAV-trial in mensen. De les die ik meeneem: dit was geen standaard patiënt-cold-mail, en dat is waarom hij werkte. Er zat een concreet, klein verzoek in (kloneer twee fragmenten, draai één RT-PCR) in plaats van "wilt u onderzoek voor mij doen". Diezelfde avond een zelfstandig Engels casedossier samengesteld — variant, vijf-model-consensus, de open mechanisme-vraag, het construct, de base-editing-analyse en de klinische context — zodat het overdrachtsklaar is zodra het contact komt. Tegelijk ging er een mail naar het Hubrecht (Utrecht); die follow-up staat bewust in de wacht tot Fudans plan duidelijk is.
Mijn variant is er één van 2.783 — het splice-VUS-probleem geteld
Mijn variant is een splice-VUS: hij zit op de naad tussen exon en intron, vijf modellen zeggen dat hij schadelijk is, maar niemand heeft het gemeten — dus blijft hij formeel "betekenis onbekend". Ik vroeg me af hoe alleen ik daarin sta, en heb het geteld in plaats van geschat: tegen de ClinVar-release van 7 juli, over de 165 diagnostische gehoor-genen, staan er 2.783 onopgeloste splice-varianten, verspreid over 131 van die 165 genen — en geen enkele met een mechanisme-oordeel. Ook de "die-is-vast-onschuldig"-reflex op mijn eigen positie (donor +5) houdt geen stand: van de 566 varianten daar zijn er al 69 ziekteveroorzakend verklaard. Dat maakt de minigene-route méér dan een privé-oplossing — het is een pijplijn die op duizenden andere mensen toepasbaar is. De telling en de triage-pijplijn →
LUMC bevestigt: de heranalyse bij Radboud loopt — en de deur staat op een kier
Sinds 18 mei was het stil op de klinische route. Op 6 juli kwam het antwoord van de klinisch geneticus: de heranalyse op autosomaal-dominante overerving is bij Radboud ingediend en loopt, nog niet afgerond, en er volgt contact zodra er meer duidelijkheid is — of zodra er een vervolgstap gevraagd wordt. Drie dingen tegelijk: de aanvraag bestaat echt (niet blijven hangen), het wachten is inhoudelijk en niet administratief, en die laatste bijzin is precies de opening die de RNA-/minigene-studie maandenlang miste. Die studie ís de vervolgstap — en het construct ervoor ligt nu klaar.
De mechanisme-gate doorgerekend + een bestelbaar construct — en één spoor gesloten
Drie stappen op één dag. (1) De 50-nt-regel uitgerekend in plaats van beweerd: op het MANE-transcript valt het voortijdige stopcodon 1239 nt vóór de laatste exon-junctie, met 11 juncties erachter — sterk NMD-substraat, dus het mutante allel maakt netto niets → haploinsufficiëntie. Het gezonde allel komt in dezelfde berekening correct als NMD-immuun uit (+198 nt, in het laatste exon), wat de methode valideert. (2) Het construct uitgewerkt tot bestelniveau: WT en mutant, elk 5.084 nt, verschillend op precies één base; QC met Pangolin wees uit dat intron 23 volledig behouden moet blijven (de tweede naad is te groot om splice-neutraal te kunnen verifiëren). (3) Eerlijk: één spoor liep dood. Een bevriend biotech-lab bood eerder labtijd aan, maar is op DNA ingericht — de RT-PCR op mRNA is precies wat zij niet doen. Nuttig om te weten: de natuurlijke uitvoerder blijft een RNA-moleculair lab. De berekening + het construct →
Base-editing route voor mijn eigen variant doorgerekend — en leesbewezen
Naar aanleiding van de KCNQ4-doorbraak: past een adenine base editor op mijn c.2416+5G>A? Antwoord na eigen analyse op mijn WGS: ja, met een PAM-flexibele SpRY-ABE8e (standaard-Cas9 valt af), met een schoon bewerkingsvenster zonder bij-edits. In mijn eigen reads (~40x) is de editor-landingsplaats 100% intact — nul afwijkende reads op de kritieke posities. Omdat dit variant-correctie is (geen allel-uitschakeling) werkt het mechanisme-agnostisch: het is de enige route die niet afhangt van de uitkomst van de RNA-studie. Tweede spoor naast gene augmentation.
FDA CNPV public comment ingediend + Shu-mail: knoop doorgehakt
Public comment ingediend op het FDA-docket FDA-2026-N-2366 voor het Commissioner's National Priority Voucher-programma (het versnelde pad waaronder Otarmeni werd goedgekeurd), herkaderd op de selectiecriteria vanuit MYO6/DFNA22-perspectief — pure Founder Mode. Tegelijk besloten de conceptmail aan prof. Yilai Shu (Fudan) te versturen zonder langer op de Radboud-route te wachten: Shu is zelf kandidaat voor de functionele studie, dus een tweede spoor spreidt risico.
Sensorion staakt OTOF-gentherapie SENS-501 — pivot naar GJB2 (SENS-601)
Direct gevolg van de Otarmeni-goedkeuring: nu er een goedgekeurde OTOF-gentherapie is die Regeneron in de VS gratis aanbiedt, noemt Sensorion de markt voor een tweede OTOF-product "vrijwel ontoegankelijk". Het bedrijf stopt daarom SENS-501 en verlegt de focus naar SENS-601, een AAV-gentherapie voor het veel vaker voorkomende GJB2/DFNB1A-gehoorverlies (het aandeel zakte ~25%). Voor mijn dossier een dubbel signaal: het cochleaire AAV-pad wérkt en wordt goedgekeurd, maar de commerciële ruimte voor een tweede speler op hetzelfde gen verdampt zodra de eerste er is — relevant voor hoe een toekomstig MYO6-traject gepositioneerd moet worden.
Spoor B: ER-100 — eerste mens gedoseerd met partiële herprogrammering
Life Biosciences meldt dat de eerste patiënt is gedoseerd in de fase-1 van ER-100 — gecontroleerde expressie van drie Yamanaka-factoren (OCT4, SOX2, KLF4, dus zónder c-MYC) om verouderde cellen epigenetisch te "resetten". Breed gezien als de eerste keer dat partiële epigenetische herprogrammering bij een mens is toegediend. Belangrijke nuance: de trial gaat over de oogzenuw (glaucoom / NAION), niet over gehoor — Life Bio noemt nergens een oor-toepassing. Voor Spoor B telt het als bewijs-van-principe dat OSK-herprogrammering de kliniek bereikt in neurosensorische cellen; de stap naar het binnenoor is mijn eigen extrapolatie, geen aankondiging. Safety-data van het eerste cohort wordt eind 2026 verwacht.
Base-editing doorbraak voor dominant gehoorverlies (KCNQ4/DFNA2)
Een adenine base editor (ABE8e, dual-AAV) herstelde het gehoor in een DFNA2-muismodel: 21–29% correctie in het orgaan van Corti — de hoogste editing-efficiëntie ooit voor genetisch gehoorverlies — met functioneel herstel ≥32 weken (EMBO Mol Med). KCNQ4/DFNA2 lijkt sterk op mijn MYO6/DFNA22: autosomaal dominant, progressief, ski-slope. Sterkste dominante precedent tot nu toe, en de directe aanleiding voor mijn eigen ABE-analyse.
Wie ben ik, wat heb ik
Onno ter Wisscha, 56, Utrecht. Ernstig slechthorend sinds mijn 10e à 12e jaar (na een oorontsteking), met een ski-slope-patroon: laag begint het rond 45–60 dB, en naar de hoge tonen zakt het weg tot niets. Stabiel van mijn 13e tot ongeveer mijn 50e; sindsdien lichte verslechtering.
In juni 2020 stelde dr. M. Kriek (LUMC Klinische Genetica) de diagnose DFNA22 vast — autosomaal-dominant gehoorverlies veroorzaakt door een mutatie in het MYO6-gen. Vier generaties in de familie aangedaan; mijn dochter hoort goed (vastgesteld op haar 18e, alleen via audiogram — Sanger-test op de variant is nog niet gedaan).
Geen vestibulaire klachten. Geen syndromale kenmerken. Hoortoestellen vanaf mijn 13e, nu Oticon Intent 1.
Vier sporen parallel
Niet wachten op één route — vier sporen tegelijk volgen, met verschillende tijdshorizons en risico-profielen.
Gerichte MYO6-gentherapie
Twee routes: gene augmentation via AAV (mits haploinsufficiëntie), én sinds juni een base-editing route (SpRY-ABE8e) die de variant direct corrigeert — mechanisme-agnostisch, en leesbewezen haalbaar op het eigen allel. Variant in-silico ondersteund door vijf model-families, eerder gepubliceerd door Oka 2020. Otarmeni (apr 2026) + de KCNQ4-base-editing-doorbraak (mei 2026) zijn de precedenten. Stand juli 2026: de mechanisme-gate is in-silico dichtgerekend (NMD-regel → haploinsufficiëntie, wat Route 1 verdedigbaar maakt), maar een berekening is geen meting. Volgende stap: het bestelklare minigene-construct in een RNA-lab draaien — dat sluit de gate functioneel en tilt ACMG-PVS1 van Moderate naar Strong.
Epigenetische herprogrammering
Partiële herprogrammering met OSK-factoren (OCT4/SOX2/KLF4) — adresseert mogelijk de leeftijdsgerelateerde verslechtering. Life Biosciences ER-100: eerste patiënt gedoseerd (9 jun 2026) — eerste partiële herprogrammering in een mens, maar in het oog (precedent, geen gehoor-toepassing). Retro Biosciences RTR242 Q3 2026.
CIRBP / DNA-reparatie (walvis-route)
Versterkte DNA-reparatie via walvis-CIRBP zou cochleaire schade kunnen beperken. Genflow SLAB-trial (SIRT6 in honden): trial-afronding eind juli 2026, complete data augustus.
Brain-Computer Interface
Directe stimulatie van de auditieve cortex — bypassed oor én zenuw. Pas relevant als A/B/C onvoldoende opleveren. Neuralink Blindsight als precedent voor zicht; nog geen auditory-cortex programma.
Tijdlijn
Persoonlijke voortgang, onderzoeks-mijlpalen en relevante ontwikkelingen in de buitenwereld — in één stroom.
MYO6-dossier — variant & gentherapie-ontwerp
De technische kern: wat is c.2416+5G>A precies, en hoe zou een therapie eruit kunnen zien?
ACMG-classificatie
De variant ligt in dezelfde splice-donor-consensus als c.2416+1G>A en c.2416+2T>C, beide Likely Pathogenic in ClinVar. SAI-10k voorspelt expliciet exon 23 skipping → frameshift → premature stopcodon → nonsense-mediated decay. Toegepaste criteria: PVS1 (gereduceerd, predictie-gebaseerd) + PM2_Supporting + PP3_Supporting + PS4_Supporting (Oka et al. 2020 rapporteerde dezelfde variant onafhankelijk in een Japans DFNA22-cohort, familie JHLB3986, eveneens als Likely Pathogenic — twee onafhankelijke probands), met PM1 mogelijk als Moderate gezien de directe nabijheid van twee LP-buren. Dat tilt de variant van VUS naar de grens van Likely Pathogenic. RNA-bevestiging van het skipping-mechanisme zou PVS1 naar Strong tillen en de classificatie definitief op LP/Pathogenic zetten.
In-silico convergentie — vijf onafhankelijke model-families
De ondersteuning voor PP3 komt uit methodologisch onafhankelijke methodes die alle dezelfde kant op wijzen — geen napratende variaties van hetzelfde model:
- SpliceAI (CNN, splice-specifiek): Donor Loss 0,89 op −5 bp
- Pangolin (CNN met tissue-specifieke splice-grammatica): Splice Loss 0,79 op −5 bp
- SAI-10k (SpliceAI-afgeleide met expliciete consequentie-annotatie): voorspelt exon-23-skipping → frameshift
- Carbon-3B (3B-parameter DNA-foundation-model, getraind op 1T tokens, geen splice-labels): score +6,76 nats in een 24 kb context — variant is bovendien #1 op de Carbon-constraint over alle 164 MYO6-SNVs (geen verborgen alternatief in het gen)
- AlphaGenome (DeepMind, multi-modal genomic foundation model): alle vier splice-scorers (SPLICE_SITES, SPLICE_SITE_USAGE, SPLICE_JUNCTIONS, RNA_SEQ) concordant in pathogene richting
Dedicated splice-modellen plus genoom-foundation-modellen die dezelfde conclusie trekken — dat is een sterkere PP3-onderbouwing dan losse SpliceAI-scores. Maar convergentie tussen modellen is geen bewijs: ze voorspellen allemaal hetzelfde soort ding, en een zesde model dat instemt voegt niets toe wat een RNA-meting wél zou geven. De in-silico-stack is zo robuust mogelijk gemaakt; vanaf hier is alleen de functionele assay nog informatief (PVS1 Moderate → Strong).
De mechanisme-gate — nu doorgerekend, nog niet gemeten
Alles in het therapie-ontwerp hangt op één ja/nee-vraag: maakt het kapotte allel niets (haploinsufficiëntie → een werkende kopie bijgeven volstaat) of een getrunceerd, mogelijk dominant-negatief eiwit (→ de bron moet gecorrigeerd)? Tot juli stond in mijn eigen dossier de keten "skip → frameshift → NMD → haploinsufficiëntie" als bewering. Op 4 juli is de laatste stap deterministisch uitgerekend op het MANE-transcript (ENST00000369977), met de sequentie live opgehaald in plaats van uit het geheugen:
- Exon 23 is 130 nt — niet deelbaar door 3, dus een skip verschuift het leesraam (frameshift).
- Voortijdig stopcodon op codon 763, met 11 exon-exon-juncties stroomafwaarts en 1239 nt tot de laatste junctie. De canonieke NMD-grens ligt op ~50–55 nt: dit ligt er mijlenver overheen → sterk NMD-substraat.
- Methode-validatie: hetzelfde script zet het gezonde transcript correct aan de ontsnap-kant (+198 nt, ná de laatste junctie). Alleen het mutante allel triggert de regel — de berekening is dus geen cirkelredenering.
Netto: het mutante allel levert waarschijnlijk ~0 eiwit, wat Route 1 (gene augmentation) verdedigbaar maakt. Structureel sluit dat aan: exon 23 codeert de converter/lever-arm, en een getrunceerd myosine VI is functioneel-null.
Het experiment dat de gate sluit — bestelbaar, en de eerste ter wereld
Om de vraag aan een lab zo klein mogelijk te maken, is de assay uitgewerkt tot op bestelniveau. Niet "zet een studie op", maar "bestel deze twee fragmenten, kloneer ze, draai één RT-PCR":
De uitlezing is binair genoeg om een gate mee te sluiten: blijft exon 23 in het transcript, dan krijg je een band van 299 bp; wordt het overgeslagen, dan 169 bp — precies 130 nt korter. De verhouding tussen beide banden is meteen de skip-fractie die de berekening hierboven níét kan geven. Bij de QC bleek dat de tweede intron-naad (3.585 nt) te groot is voor SpliceAI en Pangolin om splice-neutraal te verifiëren; daarom blijft intron 23 volledig behouden, wat het construct groter maakt maar elke twijfel over een kunstmatig artefact wegneemt.
Onafhankelijk nagetrokken: voor c.2416+5G>A is nog nooit een functionele splice-assay gedaan — Oka et al. 2020 rapporteerden de variant wel, maar testten alleen missense-varianten functioneel. Deze meting zou de eerste ter wereld zijn, en levert het ACMG PS3-bewijs waar de classificatie op wacht. Volledige berekening + constructopbouw →
Gentherapie-ontwerpbrief — wat het is, wat het niet is
Wat het niet is: een buildbare specificatie, of een belofte van een vector op korte termijn. Eerste MYO6-trial is realistisch 2028–2032. Bespoke n-of-1-therapieën bestaan (Milasen-precedent), maar kosten miljoenen en gaan vrijwel altijd over fatale kinderziekten.
Wat het wél is: een target product profile dat alle ontwerp-parameters voor c.2416+5G>A op één plek zet, met expliciete aannames en open vragen. Drie doelen: (1) werkdocument dat meegroeit met nieuwe data, (2) overdraagbaar stuk voor Shu, Kriek, Rutten, (3) pipeline-positionering — als MYO6-trials starten, is deze variant gekarakteriseerd en Onno aangehaakt.
Ontwerp-parameters (mits haploinsufficiëntie bevestigd)
- Strategie: gene augmentation (AAV gene addition) — geen silencing nodig. Otarmeni-blauwdruk.
- Payload: MYO6 CDS ~3855 bp; AAV-capaciteit ~4,7 kb incl. ITRs/promoter/polyA — zeer krap. Single-AAV met minimale promoter, of dual-AAV (lagere efficiëntie).
- Promoter: hair-cell-specifiek (vergelijkbaar met Myo15-promoter in Otarmeni). Moet compact.
- Toediening: intracochleaire AAV-infusie via ronde venster — sinds Otarmeni bewezen veilig.
- Patiënt-specifiek: adult-onset (geen publieke MYO6-data voor volwassenen); ski-slope (hoge frequenties vermoedelijk reeds verloren); lage frequenties hebben restgehoor → het targetweefsel.
Tweede route (juni 2026): base-editing — mechanisme-agnostisch
Sinds de KCNQ4/DFNA2-doorbraak (adenine base editor, EMBO Mol Med, mei 2026) ligt er een tweede route naast augmentation. c.2416+5G>A is een G→A; een ABE zet exact die letter terug (A→G) en herstelt de splice-donor. Eigen analyse (29 juni): standaard-SpCas9 valt af, maar een PAM-flexibele SpRY-ABE8e heeft een schoon venster (plaatsing p=4, geen bystander-A), en de editor-landingsplaats is leesbewezen intact op het eigen allel (~40x dekking, 0 alt-reads op de PAM). Voordeel: variant-correctie hangt niet op de mechanisme-gate — het werkt ongeacht haploinsufficiëntie vs dominant-negatief. Caveats: SpRY heeft meer off-target, levering vraagt dual-AAV, en splice-herstel na correctie moet functioneel bewezen worden.
Trials & netwerk
De relevante klinische trials, onderzoekers en contacten waar dit veld op draait.
Klinische trials — gehoor-gentherapie (2026)
| Programma | Gen / target | Fase | Status |
|---|---|---|---|
| Otarmeni (Regeneron) | OTOF biallelisch | FDA-approved | 23 apr 2026 — eerste cochleaire AAV-gentherapie ooit |
| AAV1-hOTOF (Shu et al.) | OTOF | Trial n=42 | Nature 22 apr 2026 — 90% gehoorherstel tot 2,5 jr |
| SENS-501 AUDIOGENE (Sensorion) | OTOF | Stopgezet | 9 jun 2026 — Sensorion staakt OTOF-programma; Otarmeni's gratis-in-VS-aanbod maakt een follow-on onhaalbaar |
| SENS-601 (Sensorion) | GJB2 (recessief) | CTA ingediend | Sensorion's lead na de SENS-501-stop; CTA's Canada + Frankrijk, FDA-IND + Australië op schema eind 2026 |
| ABE8e base-editing (EMBO Mol Med) | KCNQ4 dominant (DFNA2) | Preklinisch | mei 2026 — hoogste editing-efficiëntie ooit; dominante precedent, basis eigen ABE-analyse voor c.2416+5G>A |
| Eli Lilly × Seamless | Programmable recombinase (HL) | Discovery | Target-genen nog niet publiek |
| MYO6-trial | MYO6 dominant | — | Geen lopend programma; realistisch 2028–2032 |
Onderzoeksnetwerk
Prof. Yilai Shu warm — 12 jul
Sinds 12 juli het primaire kanaal. Leidende groep wereldwijd voor MYO6-editing: CRISPR-rescue C442Y muismodel (2021), dCas13X RNA base editing (2022), co-lead op de OTOF Nature-paper (n=42) en een lopende dual-AAV-trial in mensen. Mail verstuurd op 12 juli, antwoord binnen ~6,5 uur: een onderzoeker uit zijn team neemt contact op. Beste fit van alle contacten — kan zowel de minigene-assay draaien als beoordelen of de base-editing-route (Route 2) realistisch is. Overdrachtsdossier ligt klaar.
dr. M. Kriek
Stelde DFNA22-diagnose vast (juni 2020). Uitwisseling sinds 14 mei 2026: variant sinds 2019 al als waarschijnlijk pathogeen geclassificeerd binnen LUMC-diagnostiek. Stand 6 juli 2026: de heranalyse op AD-overerving is bij Radboud ingediend en lóópt, nog niet afgerond — met de toezegging dat er contact volgt zodra er meer duidelijkheid is óf een vervolgstap gevraagd wordt. Blijft de klinische route; sinds Fudan warm is, niet langer het kritieke pad.
Prof. Ronald Pennings (+ groep)
Onderzoeksgroep erfelijke slechthorendheid (Pennings / Kremer / Yntema). Lang de natuurlijke uitvoerder van de minigene-/RNA-studie die exon-skipping functioneel bevestigt en de ACMG-PVS1-gate van Moderate naar Strong tilt. Het construct ligt bestelklaar, wat de vraag terugbrengt tot kloneren + één RT-PCR. Nu risicospreiding naast Fudan.
Hubrecht Instituut
Mail verstuurd op 12 juli met de vraag of een minigene-splicing-assay of patiënt-RNA-analyse past als afgebakend promovendus-project. Auto-reply binnen; inhoudelijk antwoord nog niet. Follow-up bewust aangehouden tot duidelijk is wat Fudan wil — drie labs die zonder het van elkaar te weten dezelfde minigene bouwen, helpt niemand.
Bert Rutten
Directe ervaring met ASO/RNA-therapeutica en trial design. Overleg 20 mei 2026: Shu-mail review, Kriek/Pennings-strategie, tijdlijn, GeneMatcher-route. In CC op de LUMC-mail.
Edward Dolk
Bood in mei labtijd aan en las de assay-spec welwillend, maar zijn lab is op DNA ingericht: de RT-PCR op mRNA is precies de stap die zij niet doen. Dacht mee en gaf leads, maar buiten het RNA-/gehoor-domein. Eerlijke uitkomst, en een nuttige: het bevestigt dat een RNA-moleculair lab de enige natuurlijke uitvoerder is.
Zheng-Yi Chen
Adult-editing en bredere gentherapie-toepassingen voor gehoor.
Jan de Laat
Eerder samengewerkt (Golden Hearing). Audiologische interpretatie en LUMC-netwerk.
Justin Makker
Vaste audicien, fitting en monitoring. Niet voor DPOAE — die staat alleen in academische ziekenhuizen.
Hoe kun je helpen?
Dit is een open notebook. De volgende stappen zijn concreet — en op verschillende manieren te ondersteunen.
Een RNA-lab dat één RT-PCR draait
Lang de hoogste-prioriteit vraag, en sinds 12 juli mogelijk ingevuld: Fudan heeft contact toegezegd. Zolang dat geen concreet plan is, blijft de vraag open. Het construct is uitgewerkt tot bestelniveau: twee synthetiseerbare fragmenten van 5.084 nt (WT + mutant, één base verschil), transfecteren, RT-PCR, band aflezen — 299 bp of 169 bp. Sequenties en spec beschikbaar op verzoek. Patiënt-RNA (huidbiopt of LCL) is een gelijkwaardig alternatief.
ClinVar-co-submission
Variant samen met LUMC indienen als Likely Pathogenic — nu gekoppeld aan Oka 2020 (Japans cohort, familie JHLB3986). Tweede onafhankelijke familie + vier convergerende in-silico methodes = sterke evidence-base voor toekomstige patiënten met dezelfde variant.
Patient registries
Aansluiting bij internationale DFNA22-registries, Matchmaker Exchange, GeneMatcher, of ERN-netwerken — voor cosegregatie en cohort-vorming.
Doorverwijzingen
Ken je iemand in gentherapie-onderzoek, audiogenetica, of cochleaire AAV-trials? Een introductie helpt. De Fudan-lijn loopt inmiddels; wat nu vooral ontbreekt is een Europees RNA-/gehoorlab, zodat de assay niet van één kanaal aan de andere kant van de wereld afhangt.
Gehoorverlies in de familie?
Als jij of familieleden ook gehoorverlies hebben, kan genetisch onderzoek waardevol zijn. Vraag je huisarts of geneticus naar WGS of een gehoor-genen-paneel.
Deel deze pagina
Bouw mee aan dit netwerk. Elk paar ogen op deze pagina kan een deur openen. Volledige WGS-data, audiogrammen en methodologie beschikbaar op verzoek.
Ik sta open voor klinische consultatie, samenwerking, of verwijzingen
Volledige WGS-data (VCF + FASTQ), audiologische records, en methodologie-rapporten zijn beschikbaar op verzoek.
onno@terwisscha.com