Klopt die kans?

Een model zegt bij elk geval hoe zeker het is. Pas als die zekerheid klopt, kun je zeggen: boven deze grens kijk ik niet meer na. Deze werkbank legt de zekerheid naast de werkelijke uitkomst en rekent uit wat je ermee kunt.

Werkt op elk model dat een getal tussen 0 en 1 teruggeeft — een classificatie-API, een logprob, of een model dat je zelf om een cijfer vraagt. Ook op je eigen inschatting.

Het probleem in één zin

Een zekerheidsgetal is niet vanzelf een kans. Van alle gevallen waarbij een model 0,90 zei, zou 90 procent goed moeten zijn. Bij taalmodellen is dat na de nabehandeling structureel niet zo: ze zeggen bijna altijd iets tussen 0,8 en 1,0, en hebben het minder vaak bij het rechte eind dan dat getal belooft.

Het gevolg is duurder dan het lijkt. Kies je een drempel op een getal dat niet klopt, dan laat je precies de gevallen ongezien door waarvan het model overtuigd én fout is — en die vind je nooit meer terug, want je hebt ze niet nagekeken.

1. Je steekproef

Plak per regel twee waarden: de zekerheid die het model gaf (0 tot 1, of een percentage) en de werkelijke uitkomst (1/0, ja/nee, goed/fout, waar/onwaar). Scheiden mag met komma, puntkomma, tab of spatie. Een kopregel wordt overgeslagen.

Niets verlaat je toestel; de hele berekening draait in deze pagina.

Wat een schema wél garandeert

Rond getypeerde uitvoer hangt een claim die makkelijk verkeerd gelezen wordt. Structured output, JSON-mode en constrained decoding garanderen dat het antwoord in het schema past: er komt een van je labels uit, geen proza, geen verzonnen veld. Dat is echte winst — het scheelt een broze regex die op een dag stil stopt met werken.

Wat het niet garandeert, is dat het gekozen label klopt. TypeSafe, dat zijn model rond precies deze vorm bouwt, schrijft het in zijn eigen documentatie onomwonden op: typed output guarantees the interface, not truth. Een garantie op de vorm is geen garantie op de inhoud, en een zekerheidsgetal dat in het schema past, is daarmee nog niet geijkt.

Praktisch gevolg: de twee winstpunten zijn los van elkaar te halen. Het schema haal je vandaag binnen door je model getypeerd te laten antwoorden. De ijking haal je alleen binnen door te meten, op je eigen gevallen, met je eigen labels — precies wat hierboven gebeurt.

Wat het onderzoek laat zien

De nabehandeling breekt de ijkinghoog OpenAI publiceerde in het GPT-4-rapport (maart 2023) twee ijkcurves naast elkaar op een deel van MMLU. Het voorgetrainde model: ijkfout 0,007. Hetzelfde model na de RLHF-nabehandeling: 0,074, ruim tien keer zo groot. Het onderschrift is niet mis te verstaan: the post-training hurts calibration significantly. Precies de stap die een model prettig in de omgang maakt, maakt zijn zekerheidsgetallen onbetrouwbaar.
Kleinere modellen zijn veel verder wegmatig Zhao en collega's (Universiteit van Virginia, juli 2026) maten uitgesproken zekerheid bij Qwen2.5-3B en Llama-3.2-3B op PopQA: ijkfouten van 0,492 en 0,570. Dat is niet een beetje scheef, dat is een getal zonder betekenis. Ze konden het met een gerichte ingreep in het model terugbrengen tot 0,111 en 0,020, wat laat zien dat de overmoed in een compacte set lagen zit en geen eigenschap van de taak is. Twee modellen, drie datasets — genoeg voor de richting, te weinig voor een vuistregel per model.
Voor nieuwe modellen is het advies gekanteldmatig Jarenlang gold: vraag een model niet naar zijn zekerheid, lees de logprobs. Een vergelijking over achttien modellen en drie datasets (arXiv 2609.10996, 10 september 2026) draait dat om voor de topmodellen van na 2025: daar is het uitgesproken getal het robuustere signaal, terwijl oudere modellen er meetbaar op inleveren. Welk signaal je moet nemen, hangt dus af van welk model je gebruikt — en dat is op zichzelf een reden om het zelf te meten.
Uitgesproken zekerheid klontert boveninmatig Vraag je een model om een cijfer, dan komt dat overwegend in de band 80 tot 100 uit, met 0,9 en 1,0 als favorieten. Dat is geen ijkprobleem maar een spreidingsprobleem: je krijgt te weinig verschillende waarden om een zinnige drempel op te leggen. Zichtbaar in de verdeling hierboven — als alle massa in één staaf zit, valt er niets te kiezen.

Zes manieren om jezelf voor de gek te houden

Hoe er gerekend wordt

IJkfout — de gevallen gaan in tien bakjes van 0,1 breed. Per bakje het verschil tussen de gemiddelde belofte en het werkelijke aandeel goed; die verschillen worden gewogen met het aantal gevallen per bakje opgeteld. Dat is de gebruikelijke expected calibration error. De grootste afwijking is dat verschil in het slechtste bakje met minstens tien gevallen.

Brier-score — het gemiddelde kwadraat van het verschil tussen belofte en uitkomst, over alle gevallen los. Lager is beter; 0,25 is wat je krijgt door overal 0,5 in te vullen. De ontleding in betrouwbaarheid, scherpte en grondonzekerheid gebruikt dezelfde tien bakjes en benadert de Brier-score daardoor; het verschil staat er als restterm bij.

Onderscheid — de kans dat een willekeurig goed geval een hogere zekerheid kreeg dan een willekeurig fout geval, gelijke scores half meegeteld. 0,5 is munt opgooien, 1,0 is perfecte ordening. Bekend als de oppervlakte onder de ROC-curve.

Interval per bin — Wilson, 95 procent. Betrouwbaarder dan het gewone interval bij kleine aantallen en bij fracties dicht tegen 0 of 1, waar je hier nu juist zit.

Correctie — één parameter T op de log-odds, gezocht door de aannemelijkheid te maximaliseren. De gevallen op even posities dienen als pasdata, die op oneven posities als toetsdata; daarna omgekeerd, en het gemiddelde van beide staat in de uitkomst.

De drie voorbeeldsets zijn gegenereerd, niet gemeten: ze zijn er om de drie patronen te laten zien waarin een echte meting kan vallen. Je eigen cijfers zijn het enige dat over jouw model iets zegt. Geen enkel getal op deze pagina is een aanbeveling om iets wel of niet automatisch door te laten — dat hangt af van wat een fout bij jou kost.

Bronnen: GPT-4 Technical Report (figuur 8) · Wired for Overconfidence, Zhao e.a., juli 2026 · Rethinking Verbalized Confidence for LLM-as-a-Judge, september 2026 · TypeSafe-documentatie.