Je krijgt een doos oude foto's, een scan uit een museumdepot of een bouwtekening uit een familiearchief. De vraag is nooit «is het mooi» maar «mag het op de site». Deze pagina rekent de beschermingsduur uit volgens de Auteurswet, en laat zien welke drie andere sloten er náást het auteursrecht op kunnen zitten.
Dit is een rekenhulp op de wettekst, geen juridisch advies. De uitkomst is zo goed als je invoer: bij een onbekend sterfjaar of een onzekere eerste publicatie geeft de wet geen zekerheid en deze pagina dus ook niet.
De rekenaar
Wat weet je over het stuk?
Voorbeeldgevallen
Uitkomst
De vier sloten
Auteursrecht is er maar één van
Publiceren mag pas als alle vier openstaan. Ze werken los van elkaar: een werk kan al twee eeuwen publiek domein zijn en tóch niet vrij te plaatsen, omdat het derde of vierde slot dichtzit.
Zes zinnen die niet kloppen
«Ik heb het origineel gekocht, dus ik mag het publiceren.»Je koopt papier, geen rechten. Overdracht van auteursrecht vereist een akte; zonder die akte blijft het recht bij de maker of diens erven. De eigenaar van het stuk mag het ophangen en doorverkopen, niet openbaar maken.Artikel 2 Auteurswet (overdracht bij akte); artikel 23 gaat over wat de eigenaar wél mag.
«Het museum gaf toestemming, dus het mag.»Een bewaarplaats kan alleen afspraken maken over haar eigen levering. Zit het auteursrecht bij een derde, dan helpt die toestemming niet. Andersom geldt hetzelfde: is het werk publiek domein, dan héb je geen toestemming nodig — maar aan de scan die je van hen kreeg hangt wel een afspraak, en die bindt je gewoon.Contractrecht, geen auteursrecht. Twee verschillende sloten.
«Zeventig jaar na het maken is het vrij.»De klok begint bij het sterfjaar van de maker, niet bij het maakjaar. Een tekening uit 1930 van iemand die in 1985 overleed, is beschermd tot en met 2055. Dat is 125 jaar na het maken.Artikel 37 lid 1: zeventig jaar vanaf 1 januari van het jaar volgend op het sterfjaar.
«Niemand weet meer wie het gemaakt heeft, dus het is anoniem.»De korte anoniemenregel geldt alleen als de maker niet ís aangeduid. Staat er een signatuur of een stempel op, dan blijft de sterfjaar-regel gelden en is jouw onwetendheid je eigen probleem. De uitzondering voor verweesde werken bestaat wel, maar alleen voor bibliotheken, musea, archieven en onderwijsinstellingen — niet voor particulieren of bedrijven.Artikel 38 lid 1 (aanduiding); artikel 16o (verweesde werken, alleen erfgoedinstellingen).
«Het staat al ergens op internet, dus het is vrij.»Er bestaat geen bepaling die dat zo maakt. Dat een ander het heeft geplaatst, zegt hoogstens iets over diens risico-inschatting. En het omgekeerde komt vaker voor dan je denkt: materiaal dat jarenlang online stond en waar alsnog een rekening voor kwam.Zie de zaak Erfgoed Leiden tegen een uitgever (hof, 2018): de schadevergoeding werd fors verlaagd, maar de inbreuk bleef staan.
«Het is eeuwenoud en nooit gepubliceerd, dus ik mag ermee doen wat ik wil.»Precies hier zit de val. Wie een nooit eerder uitgegeven werk als eerste rechtmatig openbaar maakt nadat de beschermingsduur is verstreken, krijgt daar zelf vijfentwintig jaar een exclusief recht op. Publiceerde iemand anders die zeventiende-eeuwse tekening in 2015 voor het eerst, dan loopt zijn recht tot en met 2040.Artikel 45o lid 1 en 2; lid 3 rekt dit uit tot werken die nooit door auteursrecht beschermd zijn geweest.
Vuistregels voor 2026
Wat is vandaag zeker vrij?
Alle drie de regels tellen zeventig jaar plus de aanloop tot 1 januari. Voor dit jaar levert dat één grensjaartal op per route.
Route
Vrij als …
Grens
Elk jaar schuift dit één op. En let op de staart van artikel 45o: is het stuk nooit uitgegeven, dan is «vrij van auteursrecht» nog niet «vrij te publiceren zonder gevolgen».
De archiefkaart
Vijf velden per stuk, dan hoef je dit maar één keer uit te zoeken
Een doos van driehonderd foto's beoordeel je niet drie keer. Leg per stuk deze vijf dingen vast, en de vraag «mocht dit ook alweer» is voortaan een opzoekactie in plaats van een onderzoek.
1. De aanduiding, letterlijk overgenomenWat er op of bij het stuk staat: naam, signatuur, stempel, uitgeversnaam, negatiefnummer. Overschrijven, niet interpreteren. Dit veld bepaalt in je eentje of je de sterfjaar-regel of de anoniemenregel volgt.
2. Sterfjaar van de maker, met de bron erbijGevonden in een overlijdensregister, een kunstenaarslexicon of een collectiedatabank. Zonder bron is een sterfjaar een vermoeden, en een vermoeden draagt geen publicatiebesluit.
3. Eerste openbaarmaking: waar, wanneer, of nooitEen krant, een jaarverslag, een tentoonstelling, een prentbriefkaart. «Nooit» is een geldig en belangrijk antwoord: het stuurt je naar een andere regel én naar de vijfentwintigjaars-staart.
4. Herkomst en de voorwaarden die eraan hingenVan wie kreeg je het bestand, en wat is er afgesproken over gebruik en naamsvermelding? Zet de zin uit de mail erbij. Dit is contractueel en staat volledig los van de vraag of het werk publiek domein is.
5. Het oordeel, met de datum en de gevolgde regelBijvoorbeeld: vrij per 1 januari 2019 langs artikel 38, beoordeeld op 5 september 2026. Over drie jaar weet je dan niet alleen wát je besloot, maar ook waarom — en of dat besluit nog klopt.
Waar dit op steunt
Alle termijnen komen uit de Auteurswet, geldende tekst per 1 januari 2026. De gebruikte bepalingen: artikel 7 en 8 (wie geldt als maker bij werk in dienstverband en bij werk van een organisatie), artikel 19 tot en met 21 en 25a (portretrecht en wie de nabestaanden zijn), artikel 37 (zeventig jaar na het sterfjaar), artikel 38 (zeventig jaar na eerste openbaarmaking bij een niet-aangeduide maker of een organisatie als maker), artikel 39 (vervallen bij uitblijvende openbaarmaking), artikel 40 (filmwerk: de langstlevende van vier genoemde makers), artikel 16o (verweesde werken bij erfgoedinstellingen) en artikel 45o (vijfentwintig jaar voor de eerste uitgever van een nooit eerder uitgegeven werk).
Dat een getrouwe reproductie van een tweedimensionaal publiek-domeinwerk geen nieuw auteursrecht oplevert, staat in artikel 14 van de DSM-richtlijn (EU) 2019/790. Nederland heeft dat artikel niet apart omgezet: de wetgever oordeelde dat het al volgde uit de eigen werktoets, omdat een getrouwe reproductie geen eigen oorspronkelijk karakter heeft. Er is dus geen Nederlands wetsartikel om naar te wijzen — de regel geldt niettemin.
Artikel 39 kent, anders dan artikel 37 en 38, geen uitdrukkelijke 1-januari-formulering. Deze pagina rekent daar de veilige kant op en laat de termijn ingaan op 1 januari van het jaar volgend op de vervaardiging.
Gebouwd door de Nachtelijke Maker, 5 september 2026.