Regulatoir · behandelkant

Het middel heeft geen handelsvergunning — hoe komt het dan bij één patiënt?

Artikel 40 lid 3 Geneesmiddelenwet somt limitatief op wanneer het verbod om zo'n middel af te leveren níet geldt. Vijf van die onderdelen zijn echte routes, met elk een eigen loket, een eigen aanvrager en een eigen klok. Deze pagina wijst aan welke van de vijf bij een situatie hoort — en welke tweede vergunning er stil naast loopt.

De drie dingen die het meest worden verward

01

De routebepaler

Vier vragen. De vragen die niet meer uitmaken vallen weg zodra het antwoord ze overbodig maakt.

1 · Wat is de bedoeling? Dit is de eerste splitsing, en de grofste: behandelen en onderzoeken zijn twee losse wettelijke werelden met losse loketten.
2 · Bestaat het middel al? Bedoeld is: kán iemand het vandaag leveren, of moet het voor deze patiënt worden gemaakt?
3 · Voor hoeveel patiënten? Eén bepaalde patiënt van één arts, of een groep met dezelfde aandoening?
4 · Wat voor middel is het? Deze vraag beslist of de ziekenhuisvrijstelling in beeld komt. Die geldt uitsluitend voor geneesmiddelen voor geavanceerde therapie (ATMP).
5 · Zit het in een virale vector? Los van alles hierboven. Een virus is een organisme, een kaal molecuul niet — en dat beslist over een héle tweede vergunning.
Nog niets gekozen Kies hierboven minstens de bedoeling. De uitkomst verschijnt zodra de vragen die ertoe doen beantwoord zijn.

02

De vijf figuren naast elkaar

Artikel 40 lid 3 Geneesmiddelenwet heeft zeven onderdelen; dit zijn de vijf waarlangs een middel zonder handelsvergunning bij een patiënt terechtkomt. Let vooral op de kolom wie vraagt aan: daar zit het verschil tussen een route die openstaat en een route waar je zelf niet bij kunt.

Art. 40 lid 3InstrumentWie beslistWie vraagt aanVoor wieTermijn
a — apotheekbereiding Bereiding op kleine schaal in de apotheek, op recept (magistrale bereiding) geen voorafgaande toestemming niemand — de apotheker bereidt eigen patiënt van de arts nul wachttijd
b — onderzoeksmiddel Geneesmiddel voor onderzoek (IMP) binnen een trial CCMO of METC, via de WMO de sponsor van het onderzoek deelnemers aan de trial 76 dagen, bij gentherapie +50
c — artsenverklaring Levering op schriftelijk verzoek van een arts, met ontheffing vooraf IGJ fabrikant, groothandel of apotheek, op verzoek van de arts één individuele patiënt max 8 weken, gemiddeld circa 4
d — ziekenhuisvrijstelling ATMP bereid op bestelling, niet-routinematig, in een ziekenhuis IGJ het ziekenhuis dat bereidt één bepaalde patiënt max 6 weken, geldig max 1 jaar
f — compassionate use Programma voor gebruik in schrijnende gevallen (art. 83 Verordening 726/2004) CBG uitsluitend de fabrikant een cohort patiënten geen wettelijke beslistermijn gepubliceerd

Twee dingen die de tabel niet laat zien

Onderdeel c is geschreven rond een middel dat een fabrikant, groothandel of apotheek kán leveren. De variant «bereid volgens zijn specificaties» uit de wet wordt in artikel 3.17 lid 2 van de Regeling Geneesmiddelenwet alléén uitgewerkt voor immunologische geneesmiddelen en bloedproducten. Een oligonucleotide op maat valt daar niet onder — dan blijft onderdeel a of d over.

En onderdeel d vervangt de ggo-vergunning niet. Een AAV is een genetisch gemodificeerd organisme; naast de IGJ-toestemming blijft de vergunning van Infrastructuur en Waterstaat nodig, met publicatie in de Staatscourant en openbare inspraak. Twee vergunningen, twee instanties, twee klokken.

03

De klokken naast elkaar

Wat de doorlooptijd bepaalt, is niet de zwaarste procedure maar of de procedures naast elkaar mogen lopen. Kies een scenario en zet de schakelaar om.

toestemming nodig, termijn bekend tweede, losstaande vergunning (ggo) geen voorafgaande toestemming termijn niet gepubliceerd
Doorlooptijdweken, wettelijk maximum
Loketteninstanties die akkoord moeten
Winst van parallelweken korter dan een voor een

04

De artsenverklaring, voorwaarde voor voorwaarde

Dit is het Nederlandse papieren equivalent van het Amerikaanse Form 3926. De zes voorwaarden staan in artikel 3.17 lid 1 van de Regeling Geneesmiddelenwet en de IGJ kan de ontheffing verlenen als ze alle zes zijn vervuld. Vink aan wat al staat.

0 van 6 vervuld

Wat de arts met zijn handtekening op zich neemt

Dat de behandeling noodzakelijk is, dat hij weet dat er geen handelsvergunning is, dat hij de verantwoordelijkheid en de risico's aanvaardt, en dat de patiënt expliciet is geïnformeerd dat het middel niet op werkzaamheid, veiligheid en kwaliteit is getoetst. Dat laatste is geen formaliteit: het is precies wat de handelsvergunning normaal zou dekken.

Sinds november 2024 kan het niet meer generiek

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde artikel 3.17a onverbindend. Sindsdien moet voor iedere individuele patiënt vooraf toestemming van de IGJ worden verkregen; de eerder afgegeven generieke toestemmingen verliepen in april 2025. Sinds 16 april 2025 loopt de aanvraag digitaal via het IGJ-portaal. Staat een middel op de lijst van nog geldende generieke toestemmingen, dan is die direct te downloaden.

05

Nederland tegenover de Verenigde Staten

De vraag waaruit deze pagina komt was: wat is het Nederlandse equivalent van Form 3926? Een letterlijke tegenhanger bestaat niet, maar de figuur is scherp aan te wijzen — en het verschil zit vooral in wie de aanvraag indient.

Verenigde Staten — Form 3926

HeetIndividual Patient Expanded Access
Wie vraagt aanDe arts zelf, direct bij de FDA
WachttijdBehandelen mag 30 dagen na ontvangst van de aanvraag, tenzij de FDA eerder groen licht geeft
Ethische toetsInstemming van de voorzitter van de toetsingscommissie volstaat; geen voltallige vergadering
Bij een ASO op maatEén toxiciteitsstudie van 3 maanden, of 2 weken versneld, plus in-silico beoordeling van off-target-effecten

Nederland — artsenverklaring

HeetLeveren op artsenverklaring, art. 40 lid 3 sub c Gnw
Wie vraagt aanDe apotheek, groothandel of fabrikant bij de IGJ, op schriftelijk verzoek van de arts
WachttijdMaximaal 8 weken, gemiddeld circa 4. Spoedprocedure bij een levensbedreigende situatie, mits onderbouwd
Ethische toetsGeen — dit is behandelen, niet onderzoeken. De verantwoordelijkheid ligt bij de arts
Bij een ASO op maatDeze route dekt het niet. Het n-of-1-protocol loopt via het DCRT, in overleg met CBG, EMA en CCMO

De grens die de CCMO zelf noemt

Boven de tien patiënten zou volgens de CCMO opnieuw naar de reguliere weesgeneesmiddelprocedures gekeken moeten worden. Onder die grens blijft het een behandeling; daarboven wordt het een geneesmiddelentraject. De CCMO zit bij het n-of-1-protocol niet als toetsende instantie aan tafel, maar vanwege haar kennis van RNA-therapieën, die registratieautoriteiten volgens haar missen.

06

Zes dingen die net anders liggen

Compassionate use vraag je aan bij de CCMO.Nee. Compassionate use staat in de Geneesmiddelenwet en wordt beoordeeld door het CBG; levering aan één patiënt loopt via de IGJ. De CCMO toetst mensgebonden onderzoek onder de WMO en komt dus pas in beeld zodra iets een trial wordt. Een kaart die naar de CCMO wijst voor compassionate use, wijst naar een loket dat voor die vraag niet bestaat.
Als mijn arts het nodig vindt, kan hij een compassionate use programma aanvragen.Alleen een geneesmiddelenfabrikant mag indienen, via CESP bij het CBG, en alleen voor een omschreven groep patiënten. Voor één patiënt is het instrument niet bedoeld en ook niet bruikbaar. Wie naar één patiënt kijkt, moet bij onderdeel a, c of d zijn.
Met de ziekenhuisvrijstelling ben je er, want het gaat om één patiënt.De vrijstelling regelt dat het middel afgeleverd mag worden zonder handelsvergunning. Zit het in een virale vector, dan is het óók een genetisch gemodificeerd organisme, en dan blijft de vergunning van Infrastructuur en Waterstaat nodig, met publicatie in de Staatscourant en de mogelijkheid voor willekeurige burgers om een zienswijze in te dienen. Twee klokken, en de tweede is de langste.
De EMA beslist uiteindelijk toch.Over géén van deze routes. Drie zijn zuiver nationaal — IGJ, IGJ, CBG — en bij het n-of-1-protocol is de EMA adviseur, geen loket. De EMA wordt pas beslisser bij een echte markttoelating, en dat is per definitie het traject voor álle patiënten, niet voor één.
Elk oligonucleotide is een gentherapie, dus een ATMP.De Europese definitie van een gentherapeuticum eist een biologisch geneesmiddel dat een recombinant nucleïnezuur bevat. Een chemisch gesynthetiseerd oligonucleotide voldoet daar naar alle waarschijnlijkheid niet aan, en dan is de ziekenhuisvrijstelling niet de route maar apotheekbereiding. Let op: de classificatie is formeel een beoordeling per geval door het CAT van de EMA, dus dit is te bevestigen en niet te veronderstellen.
De apotheek heeft een ontheffing nodig om iets op maat te bereiden.Voor bereiding op kleine schaal voor de eigen patiënt van de arts geldt geen voorafgaande toestemming. Dat maakt onderdeel a de lichtste route van de vijf — en tegelijk de route met de minste papieren zekerheid, want er is ook geen besluit waarop je je later kunt beroepen.
07

Wat hier niet vaststaat

  1. Onder welke figuur dient het DCRT zijn n-of-1-oligonucleotiden precies toe — apotheekbereiding (onderdeel a) of artsenverklaring (onderdeel c)? Hun eigen site zegt het niet en de publicaties dekken de Amerikaanse kant.
  2. Valt een splice-switching oligonucleotide formeel buiten de ATMP-definitie? Te bevestigen met een classificatieaanvraag bij het CAT of een eerder classificatiebesluit. Nu een redenering uit de definitie, geen gelezen besluit.
  3. Heeft een Nederlands academisch ziekenhuis een lopende ziekenhuisvrijstelling voor enig ATMP? Controleerbaar, niet gecontroleerd. Het antwoord zegt of dat pad daar al eens gelopen is.
  4. Kosten. Noch de CBG-pagina noch de IGJ-pagina noemt tarieven voor een compassionate use programma of een ziekenhuisvrijstelling.

En de reikwijdte van de routebepaler

De bepaler leest de wettekst, niet de praktijk. Hij zegt welke figuur bij een situatie hoort en wie erover gaat; hij zegt niet of een ziekenhuis, apotheek of fabrikant in dit geval wíl meewerken. Dat is in de regel de echte gate: de regelgeving is kenbaar en aftikbaar, de vraag of iemand het voor één patiënt wil máken is dat niet.

08

Bronnen

  • Geneesmiddelenwet art. 40 — wetten.overheid.nl
  • Regeling Geneesmiddelenwet art. 3.17, 3.17a en 3.18 — wetten.overheid.nl
  • IGJ, Leveren op artsenverklaring — igj.nl
  • IGJ, ATMP zonder handelsvergunning (hospital exemption) — igj.nl
  • KNMP over de uitspraak van de Raad van State en het nieuwe portaal — knmp.nl
  • CBG, Compassionate use programma — cbg-meb.nl
  • CBG, nieuw beleid voor compassionate use programma's (MEB 49, 19 december 2024) — cbg-meb.nl
  • CCMO-symposium 2024 over oligonucleotiden bij één patiënt — ccmo.nl
  • FDA, Individual Patient Expanded Access Applications: Form FDA 3926 — fda.gov

Gebouwd door de Nachtelijke Maker, 17 september 2026, op de uitzoekronde van 16 september. De onderzoekskant van dit veld — ggo-vergunning, CCMO, de openbare inspraakprocedure — staat in Wie moet er akkoord?. Alles op deze pagina volgt uit wettekst en overheidspublicaties; het is geen medisch en geen juridisch advies. Termijnen zijn wettelijke maxima, geen belofte.