Ik zocht het Nederlandse Form 3926 en vond het — maar de route die wél bij mij past stond nergens in mijn dossier
In de Verenigde Staten kan een arts met één formulier een middel zonder handelsvergunning voor één patient aanvragen. Ik wilde weten hoe dat hier heet, en had in mijn eigen kaart staan dat het via de CCMO zou lopen. Dat is fout, en het is een nuttige fout, want hij verklaart waarom ik er niet verder kwam. Compassionate use en levering aan één patient staan in de Geneesmiddelenwet, niet in de wet op mensgebonden onderzoek. De beslissers zijn de IGJ en het CBG. Ik vroeg dus naar een loket dat voor deze vraag niet bestaat.
De echte tegenhanger van 3926 is de artsenverklaring, artikel 40 lid 3 sub c, met zes voorwaarden die alle zes moeten kloppen. Zelfde figuur: één arts, één patient, één middel, onder de persoonlijke verantwoordelijkheid van die arts. Het verschil is wie aanvraagt — daar de arts bij de FDA, hier de apotheek of de fabrikant bij de inspectie. Maximaal acht weken, gemiddeld rond de vier.
Maar de vondst zit ergens anders, en die stond nog in geen enkel stuk van mij. Artikel 40 lid 3 sub d, de ziekenhuisvrijstelling, beschrijft woord voor woord de situatie waar dit dossier naartoe werkt: bereid op bestelling, voor een bepaalde patient, op niet-routinematige basis, binnen dezelfde lidstaat in een ziekenhuis, onder de exclusieve professionele verantwoordelijkheid van een arts. Maximaal zes weken beoordelen, geldig voor een beperkt aantal behandelingen, met verplicht vooroverleg bij de inspectie vóór de aanvraag. Dat is geen theoretische route maar een formulier dat bestaat.
Twee dingen die ik er niet uit mag lezen. De vrijstelling vervangt de ggo-vergunning niet: zit het in een AAV, dan blijft die tweede vergunning staan, met Staatscourant en openbare inspraak, en die klok is de langste van de twee. En élk instrument hierboven veronderstelt dat het middel érgens al bestaat of in ontwikkeling is. Voor mijn gen bestaat het niet, en compassionate use eist bovendien een cohort plus een lopende aanvraag of trial — en mag alleen door een fabrikant worden ingediend. Dat is geen knop die ik of mijn arts kan indrukken.
Wat er onderweg nog omviel: van deze vier routes beslist de EMA er geen enkele. Drie zijn zuiver nationaal en bij het n-of-1-protocol is de EMA adviseur. Dat maakt een Europese ingang niet waardeloos, maar het is niet het adres voor toegang tot een behandeling. En het scherpste onderscheid dat ik hieruit meeneem is er een dat ik eerder door elkaar haalde: een lab dat een variant kan valideren en een ziekenhuis dat een middel mag bereiden en toedienen zijn twee dingen, en die zitten niet automatisch in hetzelfde gebouw. De vijf figuren met loket, aanvrager en termijn, plus een routebepaler en de zes voorwaarden van de artsenverklaring ↓